woensdag 11 september 2013

Het overlijden

Alsnog een blog over de dag van Marnix' overlijden. Ik moet het schrijven. Er zijn maanden van overpeinzing aan vooraf gegaan. Gevoelsmatig is het blog incompleet als ik niet schrijf over dé dag.

De avond voor Marnix' overlijden hebben we zorgen. We hebben geen ervaring en weten dus niet wat we bij Marnix zien en hoe we dat moeten interpreteren. Eén van de huisartsen komt om half elf. Ze is zorgvuldig en doelmatig. Marnix is in de laatste fase aanbeland en ze adviseert ons om bij hem te waken. Het sterven is nabij. Maar hoe nabij is niet te zeggen.

Om half twee in de nacht vertrekt de huisarts. Ik waak als eerste. Jur slaapt naast Marnix op het geïmproviseerde bed in de woonkamer.
Als het mijn beurt is om te slapen lukt dat slecht. Ik ben blij dat ik naast Marnix kan liggen. Lijfelijk contact is alles wat er nog is want hij is buiten bewustzijn. Zijn paard, zijn beker en zijn Bumbadeken zijn bij hem.

Zo wordt het ochtend. We nemen het niet bewust waar. De huisartsen en de thuiszorg melden zich al vroeg. We staan er niet alleen voor.
Inmiddels is Marnix' ademhaling afwijkend geworden. Typisch voor een naderend einde.

En zo glijdt de tijd voorbij. Er wordt goed voor ons gezorgd. De huisartsen zorgen ervoor dat we blijven eten en drinken. En dat ik in beweging blijf. Door de gevorderde duur en de zwaarte van de zwangerschap is het van belang dat ik blijf bewegen. Dat doe ik dan ook.

Samen zijn Jur en ik bij Marnix. Olav heeft deze woensdagmiddag uit school een verjaardagsfeestje.

De behoefte om Marnix vast te houden is groot. En dus neem ik hem op schoot. Omdat hij koorts heeft draagt Marnix alleen nog maar een luier. Zijn slappe lijfje voelt warm. Er is geen enkele reactie of spierspanning. Daar zit ik dan. Met mijn rug tegen het ledikant. Nieuw leven in mijn buik, naderend sterven op mijn buik. Het is het meest indrukwekkende moment. De tegenstelling kon niet groter zijn. Ik aai hem en geef hem kusjes. Praat tegen hem. Zeg dat het goed is geweest, hij mag gaan.

Inmiddels heeft Marnix last van slijmophopingen. De huisarts maakt zijn mondje schoon en probeert slijm weg te zuigen. Het gaat moeizaam. Er zijn andere materialen nodig om Marnix te helpen zo comfortabel mogelijk te zijn. Er wordt rondgebeld in het dorp, uiteindelijk slaagt de missie en kan de huisarts Marnix van het ergste slijm af helpen. Ook tijdens deze handeling is er geen enkele reactie. Wij zijn in een roes en alleen gefocust, beter gezegd, gefixeerd op Marnix.

En dan, rond twaalf uur, stopt Marnix met ademhalen, hij wordt grauw. Het is zover. Jur en ik zijn in shock. We knuffelen hem, aaien hem, geven hem kusjes vermengd met heel veel tranen. Daar gaat ons kind. Ons dappere kind. Zijn strijd is voorbij. We roepen de huisartsen die buiten in de tuin zitten.
Maar net zo plotseling als het stopte, haalt Marnix ineens weer adem. De kleur komt terug in zijn gezicht en hij gaat door met ademen. Jur en ik zijn verbijsterd. Wat gebeurt hier? Hoe kan dit nou? Marnix gaat verder terwijl hij twee á drie minuten weg is geweest.
De huisartsen vertellen ons dat dit kan gebeuren. Het betekent verder weinig. Dat weten we helaas. Hoe het ook zij, Marnix gaat dood. De tumor groeit door en drukt op plaatsen in de hersenen die de vitale functies regelen. Waaronder ademhaling en hartslag.

We blijven naast Marnix. Jur ligt achter hem en streelt zijn hoofdje, bedekt hem met kusjes. Ik zit naast hem en houd zijn handje vast en aai zijn voetjes. Hij is uitgedroogd. Dat is vooral aan zijn handjes en voetjes goed te zien en te voelen. We smeren nog wat crème op zijn voetjes. Het voelt goed om dat voor hem te kunnen doen, ook al is hij al ver weg.

Na drie kwartier stopt hij weer met ademen. Ook Jur en ik houden onze adem in. Is dit het moment? Weer kussen en knuffelen we hem. We weten dat het niet anders kan en niet anders is, maar het daadwerkelijke moment is afschrikwekkend. Onze blikken kruisen elkaar en dan kijken we gespannen naar Marnix. Hij wordt weer heel erg grauw. En weer, na twee á drie minuten pakt hij op. Ditmaal haalt hij heel diep adem, met wijd open mond. Het is verschrikkelijk om mee te maken.

De strijd is nog niet gestreden. In totaal stopt Marnix acht keer met ademhalen. Iedere keer schrikken we. Dit is een gevecht. De woorden van de oncoloog echoën in onze gedachten: Marnix' hart is gemaakt om 80 jaar mee te gaan, dat geeft niet zomaar op.
Dit is horror.

Om half vijf valt hij voor de negende keer stil. Weer kijken we gespannen naar hem. Wat gaat er gebeuren? Het moet nu ophouden. Hij is buiten bewustzijn, hij krijgt het niet meer mee. Wij zitten naast hem, beleven iedere minuut intens. Ook wij zijn moe gestreden.

De negende keer is de laatste keer.
Wij roepen de huisartsen erbij. Marnix wordt onderzocht, voor de laatste keer. Hij is inderdaad overleden. Zoals vooraf is afgesproken verwijdert één van de huisartsen de portacath naald. Eindelijk kan ik mijn kind weer knuffelen zonder slangetjes. Hij is dood, maar ik heb hem even terug.

De huisartsen trekken zich weer terug in de tuin. Jur en ik gaan Marnix wassen en aankleden. Zijn favoriete kleren liggen al klaar: Een auto-onderbroek en hemd, een joggingbroek, Jur zijn hockeykousen, zijn Cars-crocs en natuurlijk zijn Bumbapak.
Als we hiermee klaar zijn leggen we hem in zijn ledikantje. Zijn paard onder zijn armpje en de Bumbadeken over hem heen. Het lijkt of hij glimlacht, hij straalt rust uit.
De huisartsen komen binnen en condoleren ons. De tranen vloeien rijkelijk.

In de tussentijd is Olav bij de buren gebracht. Het overlijden liet zich aanzien en om die reden is Olav in de buurt gebleven. Het is tijd om hem te gaan halen. De huisartsen bieden aan om de woonkamer weer woonkamer te maken in de tijd dat wij weg zijn. Wat lief, attent en meedenkend.

Bij de buren vertellen we Olav dat Marnix is overleden en we vragen hem of hij naar Marnix toe wil. Natuurlijk wil hij dat.

Olav klimt thuisgekomen gelijk op het ledikant, kust zijn broertje en bekijkt hem aandachtig. Hij pakt Marnix' armpje en haalt het paard eronder uit. Er staat op de voorkant van het Bumbapak een hartje en Olav vindt dat Marnix' handje op het hartje moet liggen. En het paard naast zijn hoofdje. Dan is het goed. Hij doet zijn mondje open, doet voorzichtig een oogje open maar reactie van Marnix blijft uit. Olav vindt het vreemd, maar interessant. Hij kust Marnix nog een keer en gaat dan weer met oom Bert mee. Hij gaat nog een nachtje logeren.

De huisartsen vertrekken ook. Ze weten hoe ik denk over de medicatie die er in huis is en bieden aan alles wat op het aanrecht en in de koelkast staat alvast mee te nemen. Dat wil ik heel graag. Marnix is namelijk niet ziek meer. Er blijft een grote, lege plek op het aanrecht achter.

Jur en ik zijn alleen. Met Marnix in zijn ledikant. Hij glimlacht nog steeds. We hebben even tijd voor de uitvaartonderneemster komt. We zitten naast hem, strelen hem en praten tegen hem. Het is een beklemmende leegte die we ervaren.

Ook al hadden we al heel veel op papier staan, er moeten veel praktische zaken geregeld worden.
Het duurt even voor we alles hebben besproken en de uitvaartonderneemster weer vertrekt. Vannacht slapen we voor het eerst in heel lange tijd weer samen in een bed.
We kunnen Marnix niet in het donker achter laten. Naast zijn ledikant staat een Bumbalamp. We hopen dat hem dat geruststelt.


zondag 25 augustus 2013

Zondag 25 augustus 2013

Het is moeilijk op het moment. Ik leef twee dagen in één. En dat is vermoeiend. Weglopen gaat niet. Ik ervaar paniek. Over ruim drie weken gaat Marnix dood. Nog een keer. Zo ervaar ik het. En ik kan er geen kant mee uit. In mijn hoofd ben ik een gekooid dier dat heen en weer loopt voor de tralies van zijn hok. Van vorig jaar naar nu, van vorig jaar naar nu. Keer op keer.

En de ene dag is de datum bepalend, de andere dag, de dag van de week.
Vluchten is onmogelijk. Het gaat gewoon nog een keer gebeuren, met voorkennis ditmaal. Ik heb behoefte aan alleen zijn. Praten over wat ik voel en doormaak vind ik moeilijk. Het blog is mijn manier om me te uiten. Daarin kan ik alles kwijt wat ik op mijn hart heb. In een persoonlijk gesprek lukt dit me niet en ben ik al gauw geneigd mijn gemoedstoestand te bagatelliseren. Laten we het vooral leuk en luchtig houden.

Voor het eerst in heel lange tijd heb ik een boek uitgelezen. Een troostboek; de Vlindertuin van Hans Peter Roel.
Het boek is geschreven in romanstijl, dat maakt het voor mij leesbaarder dan andere boeken over rouwverwerking.
Het heeft bij mij veel losgemaakt. Ook al verhaalt het boek over het verlies van een zoontje aan een hersentumor, de verschillen zijn voor mij groter dan de overeenkomsten.

Nimmer heb ik mij de “waarom-vraag” gesteld. Vanaf de diagnose heb ik het geaccepteerd zoals het is en was. Een fout van de natuur. Niet meer en niet minder.
Ook boosheid heb ik niet ervaren. Op bewust niveau vind ik boosheid verspilde emotie. Maar na het lezen van het boek vraag ik me wel steeds af of boosheid niet een noodzakelijke stap is in het proces van rouwverwerking. Moet ik boos zijn? Waarop dan? 

Het boek verhaalt over een “zielenwereld”. In vele culturen gemeengoed. Niet in de onze. Zo ook niet in de mijne. Is het een verzinsel om het loslaten te verzachten? Wat moet ik hiervan denken? Ik ben heel blij dat ik daar zelf een mening over mag vormen. Dat ik zelf kan beslissen te geloven of niet te geloven in een zielenwereld.

Zo heeft het boek mij aan het denken gezet en zijn er veel vragen in mijn hoofd ontstaan. Niet iedere vraag heeft een antwoord nodig. Het denkproces op zich is waardevol.


maandag 12 augustus 2013

12 augustus 2013

Meer dan voorheen functioneer ik op de automatische piloot. Bang voor de tijd die komen gaat. Wetend wat ik nu weet en vorig jaar niet wist.
Met de wetenschap die ik nu heb beleef ik elke dag van vorig jaar, deze tijd opnieuw.

En wat ben ik vreselijk bang voor wat er komen gaat. Dus vol gas, iedere dag. Zo moe mogelijk naar bed. Niet denken, niet piekeren en proberen niet te voelen.
Er staat elke dag wel iets op het programma. Iets leuks om met Olav te doen of naar toe te gaan.

Zo vliegen de dagen voorbij. De een na de ander. En hoe "druk" ik ook ben, mijn gedachten kunnen niet uit of op pauze.
Ik zal het moeten ondergaan. Het is een pijnlijk proces. Vorig jaar hield ik Marnix nog vast. Niet wetend dat we een maand later afscheid van hem moesten nemen na een helse periode.

Hier moet ik nu even stoppen.


maandag 5 augustus 2013

5 Augustus 2013

Afgelopen maandag, bij thuiskomst van Texel, is het me in mijn rug geschoten. Alles was nog dik in orde toen ik uitstapte, maar toen Victor een rare manoeuvre maakte toen ik hem uit de auto tilde schoot het in mijn rug. Spit.
De rest van de dag ben ik strompelend doorgekomen. Lang leve de pijnstillers. De snelste manier om van spit af te komen is blijven bewegen, ook al is het pijnlijk.
Dus de rest van de week ben ik in een laag tempo wel alles blijven doen.

Mijn vriendin vanaf de lagere school is geremigreerd en woont nu een krap uur rijden van ons vandaan. Woensdag is ze met haar kinderen bij ons geweest.
Ook al heeft ze acht jaar lang in een ander land gewoond, we hebben de draad weer opgepakt. Tijd voor een nieuwe fase in de vriendschap.
Ik ben heel erg gelukkig dat ze weer in het land is.
In de drie weken voorafgaand aan het overlijden van Marnix is ze twee keer op visite geweest omdat ze toevallig in het land was. Dat heeft zo moeten zijn. Ze is de enige geweest die de uitvaart via internet gevolgd heeft.
Al 29 jaar delen we lief en leed, ondanks de afstand. En we hebben nog altijd veel dat we delen. De vriendschap gaat naadloos verder. Daar word ik echt blij van.
Omdat een van haar kinderen graag bij ons wil blijven logeren, ben ik de volgende dag bij haar om hem terug te brengen. Twee keer in één week, dat is heel erg lang geleden. Maar het voelt goed. Erg goed. MYO bedankt!

De laatste tijd heb ik moeite met het "gat" dat er zit tussen Olav en de tweeling. Olav gaat er, naar mijn idee en inzicht goed mee om, maar ik ervaar het dubbel en dwars.
Als ik het zwembadje in de tuin zet, zit hij er met regelmaat in zijn ééntje in. Een spelletje doen gaat niet met Arthur en Victor. Als er niemand in de speeltuin is om mee te voetballen, voetbalt hij niet. Zeker nu in vakantietijd is het pijnlijk duidelijk. En omdat het gros van tijd door Jur en mij besteed wordt aan het verzorgen van de tweeling en het huishouden, vermaakt Olav zichzelf. Ik vind het moeilijk.

Door een van onze buren is het initiatief genomen om gezamenlijk met de andere bewoners van onze straat voor de kinderen een pannenkoekenparty te organiseren. Afgelopen zaterdag was het dan zover. Vanaf vijf uur werden er pannenkoeken geserveerd in de speeltuin. Wat een succes is dat geworden! Het was gemoedelijk en gezellig. En toen de kinderen op bed lagen en de tafels bezaaid stonden met babyfoons hebben de ouders nog tot in de late uurtjes geborreld en voornamelijk heel hard gelachen. Tegen twee uur 's nachts ben ik maar naar bed gegaan. Ook al was ik de ochtend erna erg moe, ik krijg er veel energie van. Het helpt de lucht in mijn hoofd wat te klaren en het piekeren even op een zijspoor te zetten. Want het piekeren houdt niet op.

Zeker in deze maanden, waarin het vorig jaar snel bergafwaarts met Marnix ging, blijf ik maar malen. Malen over wat er nou precies gebeurd is en het herleven van de slopende dagen van vorig jaar.
Vandaag exact een jaar geleden belde de oncoloog dat er achter de cyste in Marnix' hoofd een uitzaaiing zichtbaar was op de MRI. De eerste keer dat ik heb gevloekt in een gesprek met de oncoloog. In mijn hoofd weet ik nog tot in detail waar ik was en in welke houding ik het gesprek voerde. Aantekeningenbriefje erbij. Alle emoties die ik toen ervoer, ervaar ik weer. Het laat me niet los. Dat zal de aankomende maanden wel zo blijven. Ik kijk er niet naar uit.

dinsdag 30 juli 2013

30 juli 2013, Een Weekend met Lotgenoten

Een weekend met lotgenoten. Tot voor kort kreeg ik jeuk van het woord lotgenoten. Laat staan dat ik die wilde opzoeken.
Na de geboortedag van Marnix op 28 juni ging het emotioneel bergafwaarts. Niet alleen bij mij maar ook bij Jur. Een proces dat wij niet wisten te stoppen.

Toen Yvonne van Gorp ons uitnodigde om een weekend met lotgenoten door te brengen was het antwoord volmondig en zonder voorbehoud: Ja!

Landal Nederland bood de familie van Gorp een spiksplinternieuwe 24-persoons bungalow op Landalpark de Sluftervallei op Texel aan. Een huis om te delen met lotgenoten. Wij voelden ons vereerd met de uitnodiging. We zouden een weekend doorbrengen met vijf gezinnen. Twee gezinnen waarvan een kind overleden is en drie gezinnen met survivors.

Van de gezinnen kennen we alleen de familie van Gorp, oppervlakkig. Dat vormt geen belemmering. Niet meer.

Vrijdag zijn we vertrokken. Al redelijk vroeg want we gaan eerst naar Frank en Mireille. Na de middagslaap van de jongens gaan we naar de Sluftervallei.
We komen aan bij een werkelijk schitterende bungalow. We zijn vaker bij Landal geweest, maar dit is wel de mooiste, meest complete bungalow die ik ooit heb gezien.

De andere gezinnen zijn er al. Doordat de jongens zo lang hebben geslapen zijn we de laatsten die aankomen.
Het welkom voelt warm en hartelijk.
Wij hebben een foto van Marnix meegenomen die we in de huiskamer zetten. De familie van Gorp heeft een foto van hun Guusje meegenomen, die staat ook in de huiskamer. Ze horen erbij.
De urn van Marnix zet ik boven naast mijn bed. Ik kan hem niet alleen thuislaten. En dat hoeft ook niet.

Er zijn veel kinderen. Van 6 weken oud tot 19 jaar oud. Olav vindt direct aansluiting met een leeftijdsgenoot en die zien we de rest van het weekend weinig.

Ook al kennen we de anderen niet, dat wat we delen maakt veel overbodig. Iedereen heeft in een ziekenhuis op zaal gezeten, iedereen heeft in het Ronald McDonaldhuis gezeten. Ego speelt geen rol. Wat een verademing!

Er wordt veel gelachen, veel gepraat en soms vloeit er een traan. Niks is geforceerd, iedereen wordt vrij gelaten te doen wat hij of zij wil.
De gesprekken ontstaan natuurlijk. Het praat zo makkelijk met lotgenoten. Zij weten waarover gepraat wordt, ze hebben het meegemaakt. Helaas.

Als ik alleen met Olav in het zwembad ben wordt het me even teveel. Ik mis Marnix zo erg. Ik snijd het onderwerp aan bij Olav. Mist hij Marnix? Ja, maar niet zoveel.
Hij wil graag nog een knuffel van Marnix hebben. Een Bumba. Dat kan natuurlijk. Ik vraag hem of hij ook een foto van Marnix en hem op zijn kamer wil hebben. Hij antwoordt nee en licht het direct toe. Hij wordt er te verdrietig van en is bang dan te moeten huilen. Dat wil hij niet. Hij denkt dat wij hem een aansteller zullen vinden. Wat lijkt Olav op zijn moeder...
We besluiten een mooi foto-album te gaan maken met foto's van Olav en Marnix. Dat kan hij dan bekijken wanneer hij wil en wegleggen wanneer hij wil.
Een emotioneel gesprek. Voor Olav en voor mij.

Bij vertrek uit de bungalow op maandag valt het mij op dat veel bedden achtergelaten worden zoals het Ronald McDonaldhuis dat voorschrijft. Wie het niet weet, ziet het niet. Mij zegt het heel veel.

Wij kijken terug op een fantastisch weekend. Het zal niet vaak zo goed gaan; een lang weekend vijf gezinnen die elkaar niet of nauwelijks kennen in één huis.
Wij hadden in beginsel al geen twijfel.

Onze diepe dank gaat uit naar Landal Nederland die de bungalow ter beschikking stelde en naar Yvonne van Gorp die ons hiervoor uitnodigde.

Bij thuiskomst is ons gemoed een stuk lichter dan bij vertrek. Dit hadden we nodig.




maandag 22 juli 2013

21 juli 2013, de afgelopen week

Nog steeds regent het af en aan in mijn hoofd. En dat heeft een behoorlijke impact op, eigenlijk, alles.

Afgelopen dinsdag moest er flink aangepoot worden voor de ouderraad. Er wordt jaarlijks een afscheid voor groep acht georganiseerd en daar vervult de ouderraad een grote rol.
Dus ik ook. Ik had er zin in, het is een leuke club enthousiaste mensen. De voorbereidingen begonnen vroeg.
Alles ging goed tot we aan het eind van de ochtend over het kleuterplein moesten voor de bevoorrading. De kleuters speelden op dat moment buiten en één van de kleuters riep: kijk, dat is mijn mama! naar een ander lid van de ouderraad. En vanuit het niets maakte mijn hart een diepe val. Daar had Marnix horen te staan. Die had dat ook geroepen. Wat mis ik hem. Wat mis ik het hem te zien ontwikkelen. Een eigen persoonlijkheid te worden. Los van mij.
Ik heb mijzelf even een moment van bezinning gegund voor ik weer verder ging. Later thuis was ik erg blij dat Jur er was. Die schouder had ik heel erg nodig.
De hele dag ben ik aanwezig geweest. Op het moment dat de gasten kwamen heb ik afgehaakt. Dat werd me teveel. Gelukkig is daar begrip voor. Dat begrip zorgt ervoor dat ik mij durf uit te spreken en kwetsbaar durf op te stellen.

Donderdag heb ik afgesproken met onze "oude" buurvrouw. Met haar heb ik altijd hele diepe gesprekken. Daarom zie ik altijd een beetje op tegen onze ontmoetingen. Het eerste gesprek dat wij over koetjes en kalfjes voeren moet nog komen. We gaan samen naar het bos. Aan de rand van de vijver. Met uitzicht op de fontein. De tijd vliegt en weer een heel stuk wijzer nemen we afscheid. Ook al zijn het zware gesprekken, ik vertrek met meer energie dan ik aankwam.

En dan is daar vrijdag. De laatste schooldag voor Olav. We gaan die avond met hem uit eten voor zijn geweldige prestaties op school. De tweeling is in goede handen bij de Roersens. Ook zij gaan uit eten. De eerste keer voor de tweeling. Er staat een lekkere pannenkoek op het menu.
Deze vrijdag zijn de jongens precies negen maanden oud. En wat zijn ze leuk!

De linker is Victor en de rechter is Arthur. 

Olav geniet met volle teugen van het restaurant. Even met papa en mama alleen. Alle aandacht naar hem. Hij verdient het.

Als ik Olav zo zie genieten, dan geniet ik zelf ook. Het wordt steeds leuker met hem. Hij eet alles en is een geduchte gesprekspartner.

In de loop van de week ga ik me iets luchtiger voelen. Het helpt heel erg dat Olav nu vakantie heeft. Met hem thuis is er altijd reuring. Zijn vakantie geeft mij ook energie. Het is heerlijk om het gezin thuis te hebben.

Via Lowie van Gorp en zijn vrouw worden we uitgenodigd om een lang weekend naar Landal de Sluftervallei op Texel te gaan. Met lotgenoten in een schitterende bungalow. Deze uitnodiging had niet op een beter moment kunnen komen.
Sinds Marnix' geboortedag zijn Jur en ik langs een glijdende schaal emotioneel naar beneden gegleden en lotgenotencontact is heel erg welkom. En dan ook nog op Texel op een prachtig Landalpark. We kijken ernaar uit. Heel veel dank voor de familie van Gorp en Landal!

Het weekend is druk, maar zó gezellig! Alleen maar vrienden en gezelligheid. Zondagavond ben ik fysiek erg moe, maar geestelijk bijgetankt.

We gaan er een mooie vakantie van proberen te maken.

zondag 14 juli 2013

Zondag 14 juli 2013

Voor mijn gevoel ligt er een enorm drukke, bewogen week achter me. Maar mijn gevoel laat me momenteel behoorlijk in de steek.

Olav heeft een heel erg goed overgangsrapport. Niet gewoon een goed rapport, maar een uitzonderlijk goed rapport.
Als hij zich blijft ontwikkelen zoals hij doet, zullen we verder moeten kijken op welke wijze we zijn ontwikkeling in goede banen kunnen leiden. Dat zullen we in groep 4 gaan ervaren. Voor nu zijn we apetrots op Olav. Om zo te presteren gezien het jaar dat achter hem ligt verdient een dikke pluim.

Woensdagmiddag werd Victor niet lekker en begon te spugen. Schrik. Na het spugen is hij naar bed gegaan en bijna 14 uur non stop geslapen. Wederom schrik. "Gelukkig" kreeg hij er donderdag dunne ontlasting bij waardoor ik weer wat gerustgesteld was. Ook Arthur werd ziek wat helemaal in de richting van een infectie wees.

Het evenwicht dat er heerst, de ogenschijnlijke rust, is heel wankel. Ik ben heel snel van mijn stuk gebracht. Dat is deze week wel weer gebleken.

Afgelopen dinsdag zou mijn moeder 59 jaar geworden zijn. Het gemis van mijn moeder staat in geen vergelijking tot het gemis van Marnix, maar mijn moeder missen doet nog altijd zeer. Het was voor mij de allerbeste moeder. En mijn vaste basis. Ik voel me wees. Nog steeds heb ik de instinctieve behoefte om haar te bellen.
Gelukkig is daar mijn zus, die bel ik in die situaties. En dus ook afgelopen dinsdag. Vanwege de verjaardag van mijn moeder. En omdat ik me momenteel rot voel.

Het valt me allemaal erg zwaar. De dagen drukken op me. 's Morgens wil ik niet uit bed en 's avonds weet ik niet hoe snel ik moet gaan slapen. In bed voel ik me veilig en is de wereld te overzien. In de tussentijd maak ik me drukker dan noodzakelijk met de kinderen en het huishouden. Handwerken doe ik niet tot weinig. Dat zegt veel.
Of het dipje is, of iets dat wat langer gaat duren weet ik niet. Hoeft ook niet. Maar het leven valt me tegen. Het verdriet is groot.