Olav heeft via de post een boekje over tamme ratten ontvangen. We weten niet van wie het af komt maar we willen de gulle gever graag hartelijk bedanken.
We hebben inmiddels 2 ratjes aangeschaft en Olav is er erg blij mee. Zijn mama ook. De ratjes zijn echt geweldig leuk. Heel erg nieuwsgierig en aaibaar. Mijn liefde voor dieren zit toch wel diep.
Olav vindt het nog spannend. Hun pootjes kriebelen en ergens zit de angst dat ze bijten. De ratten heten Jan (de grijze) en Ad Rat ( de bruine). Jan is nieuwsgierig met haar bekje en proeft alles. Zij bijt niet door maar neemt van alles een hapje. Op schoot doet ze dat overigens niet. Olav moet daar aan wennen. Begrijpelijk. Hij neemt de zorg voor zijn nieuwe huisdieren wel serieus.
De eerste ochtend dat ze er waren wist hij niet waar het voer stond en heeft ze musli gegeven. Ik vond het een goed bedacht alternatief. De ratten ook, het bakje was zo leeg.
De afhechtdraadjes van mijn handwerkkunsten vinden gretig aftrek bij de ratten. Ze bouwen er de mooiste nesten van.
Wij zijn heel blij met deze gezinsuitbreiding. Daarbij komt zo'n boek wel heel erg van pas. Olav kan inmiddels goed lezen en samen hebben we er al veel in gekeken. Nogmaals veel dank.
donderdag 28 februari 2013
woensdag 27 februari 2013
Maandag 25 februari 2013
Onbewust is het toch heel erg druk in mijn hoofd.
Heel voorzichtig werp ik af en toe een blik in de toekomst. Dit in de zin van: als de tweeling naar school gaat, zit Olav in groep 7. Heel voorzichtig, de angst dat er weer iets vreselijks gebeurd zit heel erg diep.
Gewoonlijk gaan we nog steeds per dag. En dat valt me al vaak tegen. Doordat er continue ruis in mijn hoofd zit ben ik gauw van de leg.
Als ik aardappels moet schillen, luiers verschonen en Olav wat te drinken moet geven ben ik het overzicht al snel kwijt. Gevoelsmatig ben ik dan heel erg druk terwijl dat feitelijk bezien niet zo is.
Momenteel heb ik geen idee welke koers ik vaar. Die gewaarwording is buitengewoon vreemd en ik weet niet hoe ik het tij moet keren. Dat vergt namelijk een plan dat verder gaat dan morgen en zo'n plan maakt me in mijn hoofd nog drukker.
Waar mijn tijd blijft? Ik kan het niet benoemen. Wellicht moet ik de dagen bewuster beleven.
Toen Olav en Marnix nog zuigeling waren leefde ik van voeding naar voeding. Zelfs dat kan ik nu niet zeggen. De zorg voor de tweeling verloopt zeer vanzelfsprekend. Daar wringt de schoen niet.
De afgelopen anderhalf is er teveel gebeurd dat ons in onze kern heeft geraakt. Ik heb geen tijd gehad stil te staan bij de gebeurtenissen op zich, laat staan dat ik het grotere geheel heb kunnen overzien. Dus nu is het tijd voor reflectie en overdenkingen. Daarom is het denk ik zo druk in mijn hoofd. En daarom voel ik me zonder koers.
Nu nog handen en voeten geven aan hoe hiermee om te gaan. Daarvoor is de psychologische ondersteuning een uitkomst.
Ik moet leren niet teveel te willen en mezelf tijd te geven om alles te overdenken. Dat vind ik moeilijk. Maar niet ondoenlijk.
Heel voorzichtig werp ik af en toe een blik in de toekomst. Dit in de zin van: als de tweeling naar school gaat, zit Olav in groep 7. Heel voorzichtig, de angst dat er weer iets vreselijks gebeurd zit heel erg diep.
Gewoonlijk gaan we nog steeds per dag. En dat valt me al vaak tegen. Doordat er continue ruis in mijn hoofd zit ben ik gauw van de leg.
Als ik aardappels moet schillen, luiers verschonen en Olav wat te drinken moet geven ben ik het overzicht al snel kwijt. Gevoelsmatig ben ik dan heel erg druk terwijl dat feitelijk bezien niet zo is.
Momenteel heb ik geen idee welke koers ik vaar. Die gewaarwording is buitengewoon vreemd en ik weet niet hoe ik het tij moet keren. Dat vergt namelijk een plan dat verder gaat dan morgen en zo'n plan maakt me in mijn hoofd nog drukker.
Waar mijn tijd blijft? Ik kan het niet benoemen. Wellicht moet ik de dagen bewuster beleven.
Toen Olav en Marnix nog zuigeling waren leefde ik van voeding naar voeding. Zelfs dat kan ik nu niet zeggen. De zorg voor de tweeling verloopt zeer vanzelfsprekend. Daar wringt de schoen niet.
De afgelopen anderhalf is er teveel gebeurd dat ons in onze kern heeft geraakt. Ik heb geen tijd gehad stil te staan bij de gebeurtenissen op zich, laat staan dat ik het grotere geheel heb kunnen overzien. Dus nu is het tijd voor reflectie en overdenkingen. Daarom is het denk ik zo druk in mijn hoofd. En daarom voel ik me zonder koers.
Nu nog handen en voeten geven aan hoe hiermee om te gaan. Daarvoor is de psychologische ondersteuning een uitkomst.
Ik moet leren niet teveel te willen en mezelf tijd te geven om alles te overdenken. Dat vind ik moeilijk. Maar niet ondoenlijk.
maandag 25 februari 2013
Zondag 24 februari 2013
Afgelopen week verscheen er een artikel in de krant over het vervoer van kinderen in de auto. Het is bewezen veiliger om kinderen tot 16 maanden leeftijd in tegengestelde rijrichting te vervoeren in geval van een frontale botsing. Daarom geldt er vanaf juni dit jaar een streng advies om dit te doen en er gaat gewerkt worden aan wetgeving omtrent deze vorm van vervoer.
Het zou in de europese unie, 27 landen, 10 kinderlevens per jaar redden.
Dit deed mij mijn wenkbrauwen fronsen. 10 Kinderlevens per jaar in 27 landen. Momenteel is er in Nederland één autostoeltje te koop dat vervoer in tegengesteld rijrichting mogelijk maakt. Het stoeltje kost meer dan 500 euro. Duur.
Je kunt kinderen in een tank vervoeren om het veilig te maken. Echter, als de bestuurder de tank van een berg afrijdt is het kind nog niet veilig. De ketting is zo sterk als de zwakste schakel. De kinderen rijden nooit zelf...De bestuurder en medeweggebruikers, daar zit het hem in.
Mijn onvrede zit hem in het feit dat er draconische maatregelen genomen gaan worden omdat men meent dat veiligheid te koop en af te dwingen is.
Ieder kinderleven is onbeschrijfelijk waardevol. Maar de maatregelen staan niet in verhouding tot de cijfers.
In Nederland, één land in de europese unie, krijgen honderden kinderen per jaar kanker. Inmiddels een beetje mijn ervaringsgebied, dus het enige waar ik iets zinnnigs over kan schrijven.
Per jaar overlijden er meer dan 120 kinderen aan kanker. Mijn Marnix was daar in 2012 één van.
Veiligheid is niet te koop. Pech is gratis.
Af en toe begrijp ik het allemaal niet meer zo goed. Ik weet ook niet zo goed wat de boodschap van dit blog zou moeten zijn, maar het houdt me bezig. Lang bezig.
Het zou in de europese unie, 27 landen, 10 kinderlevens per jaar redden.
Dit deed mij mijn wenkbrauwen fronsen. 10 Kinderlevens per jaar in 27 landen. Momenteel is er in Nederland één autostoeltje te koop dat vervoer in tegengesteld rijrichting mogelijk maakt. Het stoeltje kost meer dan 500 euro. Duur.
Je kunt kinderen in een tank vervoeren om het veilig te maken. Echter, als de bestuurder de tank van een berg afrijdt is het kind nog niet veilig. De ketting is zo sterk als de zwakste schakel. De kinderen rijden nooit zelf...De bestuurder en medeweggebruikers, daar zit het hem in.
Mijn onvrede zit hem in het feit dat er draconische maatregelen genomen gaan worden omdat men meent dat veiligheid te koop en af te dwingen is.
Ieder kinderleven is onbeschrijfelijk waardevol. Maar de maatregelen staan niet in verhouding tot de cijfers.
In Nederland, één land in de europese unie, krijgen honderden kinderen per jaar kanker. Inmiddels een beetje mijn ervaringsgebied, dus het enige waar ik iets zinnnigs over kan schrijven.
Per jaar overlijden er meer dan 120 kinderen aan kanker. Mijn Marnix was daar in 2012 één van.
Veiligheid is niet te koop. Pech is gratis.
Af en toe begrijp ik het allemaal niet meer zo goed. Ik weet ook niet zo goed wat de boodschap van dit blog zou moeten zijn, maar het houdt me bezig. Lang bezig.
Zaterdag 23 februari 2013
De tumor die Marnix had kent nog geen survivors, voor zover mij bekend.
Op het moment dat wij dat hoorden was dat een klap in ons gezicht. Alle kinderen met dit type tumor zijn dus overleden. Grimmiger wordt het niet.
Toch zijn wij blijven hopen, positief gebleven. Wellicht tegen beter weten in, maar voor ons de enige manier om staande te blijven en invulling te geven aan datgene wat er van ons leven restte.
Nu Marnix overleden is, is deze wetenschap, voor mij persoonlijk, rustgevend. Totaal irrationeel, maar het heeft dus niet aan Marnix gelegen. Het is moeilijk om de goede woorden te vinden om deze emotie op een juiste, respectvolle manier onder woorden te brengen. Ik kan hierin alleen voor mijzelf spreken en deze gedachte spookt al een hele poos door mijn hoofd.
Wij hebben tot het laatst toe houvast gevonden in de wetenschap dat er eens een kindje de eerste survivor moet zijn. Elke vezel van mijn lijf wenste en hoopte dat dat Marnix zou zijn. Ons wonder.
Het mocht niet zo zijn.
Nu is mijn hoop gevestigd op Elynn. Zij en haar ouders gaan al een hele lange tijd, een hele zware weg. Ze verdiend het deze tumor te verslaan. De eerste survivor te zijn.
Op het moment dat wij dat hoorden was dat een klap in ons gezicht. Alle kinderen met dit type tumor zijn dus overleden. Grimmiger wordt het niet.
Toch zijn wij blijven hopen, positief gebleven. Wellicht tegen beter weten in, maar voor ons de enige manier om staande te blijven en invulling te geven aan datgene wat er van ons leven restte.
Nu Marnix overleden is, is deze wetenschap, voor mij persoonlijk, rustgevend. Totaal irrationeel, maar het heeft dus niet aan Marnix gelegen. Het is moeilijk om de goede woorden te vinden om deze emotie op een juiste, respectvolle manier onder woorden te brengen. Ik kan hierin alleen voor mijzelf spreken en deze gedachte spookt al een hele poos door mijn hoofd.
Wij hebben tot het laatst toe houvast gevonden in de wetenschap dat er eens een kindje de eerste survivor moet zijn. Elke vezel van mijn lijf wenste en hoopte dat dat Marnix zou zijn. Ons wonder.
Het mocht niet zo zijn.
Nu is mijn hoop gevestigd op Elynn. Zij en haar ouders gaan al een hele lange tijd, een hele zware weg. Ze verdiend het deze tumor te verslaan. De eerste survivor te zijn.
zondag 24 februari 2013
Vrijdag 22 februari 2013, het Nagesprek
We worden om drie uur verwacht in het AMC, op de afdeling, voor het nagesprek. Olav heeft duidelijk aangegeven mee te willen. Hij heeft geen nare herinneringen aan die plek. Wij ook niet. We vinden het wel prettig om daar naar toe te gaan. Er zijn heel veel mensen die ons met zoveel zorg omringd hebben dat we die willen bedanken en natuurlijk de tweeling willen laten zien. Ze hebben mij alleen maar met mijn bolle buik voorbij zien komen. Dan is het fijn om te laten zien wat voor prachtige jongetjes het uiteindelijk geworden zijn.
De rit naar het AMC had ik moeilijk verwacht. Dat bleek niet zo te zijn. Wel had ik bij het passeren van bepaalde stukken een heel duidelijk beeld in mijn hoofd van de eerste keer dat we met Marnix het AMC verlieten en hoe we toen in de auto zaten.
De hal van het AMC voelde vreemd vertrouwd. Voor ons allemaal. Olav rende weer vooruit naar de lift om op de knop te drukken en het wachten op de lift was voor hem weer net zo vervelend als altijd.
Ik heb geen idee wat ik mag verwachten van het gesprek. Gelukkig leidt de oncoloog het gesprek en geeft aan dat het een gesprek is om te evalueren. Hoe hebben wij het ervaren? Hebben wij op- en of aanmerkingen.
Wij kunnen volmondig zeggen dat we heel erg tevreden zijn over de zorg die het team ons gegeven heeft. Marnix is in onze optiek optimaal behandeld. We hebben niet het gevoel dat er mogelijkheden onbenut zijn gelaten en de communicatie daaromtrent is altijd open en eerlijk geweest.
De oncoloog beaamt onze tevredenheid waar het onze huisartsen betreft. Zij hebben het zó goed gedaan. Dat is de algemene mening. Ook de oncoloog treft het helaas vaak heel anders.
Ik uit mijn angst dat een van onze kinderen ook kanker zal krijgen. Jur deelt die angst niet. Zijn "zorgeloosheid" op dat gebied vind zijn oorsprong in de bevindingen van de klinisch geneticus die
concludeerde dat Marnix enorm veel pech heeft gehad, maar dat zijn tumor niet erfelijk is. Ook dat wordt beaamd door de oncoloog. Ik ben jaloers op het vertrouwen dat Jur daarin heeft. Ik zou heel graag van mijn angst af willen. Maar de impact is zo groot en de prijs zo hoog dat de angst zijn eigen weg bij mij vindt. Loslaten lukt niet. Rationeel wel, maar emotioneel absoluut niet. Wellicht komt mijn vertrouwen met het verstrijken van de tijd terug.
Al met al is het een goed gesprek. Op terugweg in de auto begrijp ik waarom ik niet bang was voor dit gesprek. Er was niks meer te halen. Geen goed nieuws maar zeker ook geen slecht nieuws. We hebben geëvalueerd.
's Avonds op de bank besef ik dat we met dit afsluitende gesprek het hoofdstuk kanker hebben afgesloten. Het ligt achter ons. Helaas blijft daarmee het overlijden en het gemis van Marnix nog altijd een feit. Maar de kanker is weg.
Op de afdeling hebben we eigenlijk iedereen getroffen die we graag wilden zien en bedanken. Marnix heeft bij iedereen een positieve indruk achtergelaten. In zijn Bumbapak, met zijn paard en zijn beker. Hij was innemend en goedlachs. Schalks en ondeugend. Maar bovenal een enorm leuk ventje. Wij zijn trots dat wij zijn ouders zijn en dat hij niet wordt vergeten.
We gaan dan ook met een, binnen de context, goed gevoel naar huis.
Ik durf niet te zeggen dat dit de laatste keer is geweest dat wij de afdeling bezocht hebben. Bang dat ik dan een terugkomst uitlok. Of voor onze kinderen of voor kinderen die wij kennen. Het is even genoeg geweest.
De rit naar het AMC had ik moeilijk verwacht. Dat bleek niet zo te zijn. Wel had ik bij het passeren van bepaalde stukken een heel duidelijk beeld in mijn hoofd van de eerste keer dat we met Marnix het AMC verlieten en hoe we toen in de auto zaten.
De hal van het AMC voelde vreemd vertrouwd. Voor ons allemaal. Olav rende weer vooruit naar de lift om op de knop te drukken en het wachten op de lift was voor hem weer net zo vervelend als altijd.
Ik heb geen idee wat ik mag verwachten van het gesprek. Gelukkig leidt de oncoloog het gesprek en geeft aan dat het een gesprek is om te evalueren. Hoe hebben wij het ervaren? Hebben wij op- en of aanmerkingen.
Wij kunnen volmondig zeggen dat we heel erg tevreden zijn over de zorg die het team ons gegeven heeft. Marnix is in onze optiek optimaal behandeld. We hebben niet het gevoel dat er mogelijkheden onbenut zijn gelaten en de communicatie daaromtrent is altijd open en eerlijk geweest.
De oncoloog beaamt onze tevredenheid waar het onze huisartsen betreft. Zij hebben het zó goed gedaan. Dat is de algemene mening. Ook de oncoloog treft het helaas vaak heel anders.
Ik uit mijn angst dat een van onze kinderen ook kanker zal krijgen. Jur deelt die angst niet. Zijn "zorgeloosheid" op dat gebied vind zijn oorsprong in de bevindingen van de klinisch geneticus die
concludeerde dat Marnix enorm veel pech heeft gehad, maar dat zijn tumor niet erfelijk is. Ook dat wordt beaamd door de oncoloog. Ik ben jaloers op het vertrouwen dat Jur daarin heeft. Ik zou heel graag van mijn angst af willen. Maar de impact is zo groot en de prijs zo hoog dat de angst zijn eigen weg bij mij vindt. Loslaten lukt niet. Rationeel wel, maar emotioneel absoluut niet. Wellicht komt mijn vertrouwen met het verstrijken van de tijd terug.
Al met al is het een goed gesprek. Op terugweg in de auto begrijp ik waarom ik niet bang was voor dit gesprek. Er was niks meer te halen. Geen goed nieuws maar zeker ook geen slecht nieuws. We hebben geëvalueerd.
's Avonds op de bank besef ik dat we met dit afsluitende gesprek het hoofdstuk kanker hebben afgesloten. Het ligt achter ons. Helaas blijft daarmee het overlijden en het gemis van Marnix nog altijd een feit. Maar de kanker is weg.
Op de afdeling hebben we eigenlijk iedereen getroffen die we graag wilden zien en bedanken. Marnix heeft bij iedereen een positieve indruk achtergelaten. In zijn Bumbapak, met zijn paard en zijn beker. Hij was innemend en goedlachs. Schalks en ondeugend. Maar bovenal een enorm leuk ventje. Wij zijn trots dat wij zijn ouders zijn en dat hij niet wordt vergeten.
We gaan dan ook met een, binnen de context, goed gevoel naar huis.
Ik durf niet te zeggen dat dit de laatste keer is geweest dat wij de afdeling bezocht hebben. Bang dat ik dan een terugkomst uitlok. Of voor onze kinderen of voor kinderen die wij kennen. Het is even genoeg geweest.
vrijdag 22 februari 2013
Donderdag 21 februari 2013
Het is even geleden dat ik een blog geschreven heb. De griep was toch echt een stuk hardnekkiger dan ik verwachtte. Op een bijholteontsteking na ben ik weer opgeknapt. Dit soort griepjes heb ik gelukkig niet vaak.
Olav is binnenkort jarig. Vorig jaar is zijn verjaardag in drie delen gevierd. Marnix was precies op Olav zijn verjaardag in aplasie en we konden het niet anders doen. Dit jaar wel.
Hij krijgt voor zijn verjaardag twee ratten. Olav en ik zijn al een poos bezig met de voorbereidingen. Veel op internet opgezocht, een kooi aangeschaft en een zak voer. Vandaag zijn we naar een paar ratjes gaan kijken. Er waren er vier en al snel hadden we de tamste te pakken. Toen zijn we weer naar huis gegaan. Een huisdier is geen pak suiker en ik wil zeker weten dat Olav het leuk vindt en niet eng. Thuisgekomen vertellen we onze ervaringen aan Jur. Olav stuitert de kamer door. Hij is wild enthousiast. Morgen zullen we de ratjes maar gaan halen.
In mijn hoofd probeer ik te bedenken wat Marnix hiervan gevonden zou hebben. Hij was gek op dieren.
Toen hij begon met praten noemde hij alle boerderijdieren paardje. Ik kan me nog een fietstochtje herinneren waarbij Marnix bij mij voor op de fiets zat en iedere koe, schaap, geit én paard werden luid betiteld als paardje.
"Nee, Marnix, dat is een koe".
"Ja, paardje!"
"Kijk, een schaap"
"Ja, paardje"
En omdat hij de letter R niet uitsprak was alles paadje. Heel erg grappig.
Niet lang na dat fietstochtje heb ik een pluchen paard voor hem gekocht. Zijn grote liefde, steun en toeverlaat.
Paardje is met Marnix gecremeerd. Hij kon niet zonder.
Olav is binnenkort jarig. Vorig jaar is zijn verjaardag in drie delen gevierd. Marnix was precies op Olav zijn verjaardag in aplasie en we konden het niet anders doen. Dit jaar wel.
Hij krijgt voor zijn verjaardag twee ratten. Olav en ik zijn al een poos bezig met de voorbereidingen. Veel op internet opgezocht, een kooi aangeschaft en een zak voer. Vandaag zijn we naar een paar ratjes gaan kijken. Er waren er vier en al snel hadden we de tamste te pakken. Toen zijn we weer naar huis gegaan. Een huisdier is geen pak suiker en ik wil zeker weten dat Olav het leuk vindt en niet eng. Thuisgekomen vertellen we onze ervaringen aan Jur. Olav stuitert de kamer door. Hij is wild enthousiast. Morgen zullen we de ratjes maar gaan halen.
In mijn hoofd probeer ik te bedenken wat Marnix hiervan gevonden zou hebben. Hij was gek op dieren.
Toen hij begon met praten noemde hij alle boerderijdieren paardje. Ik kan me nog een fietstochtje herinneren waarbij Marnix bij mij voor op de fiets zat en iedere koe, schaap, geit én paard werden luid betiteld als paardje.
"Nee, Marnix, dat is een koe".
"Ja, paardje!"
"Kijk, een schaap"
"Ja, paardje"
En omdat hij de letter R niet uitsprak was alles paadje. Heel erg grappig.
Niet lang na dat fietstochtje heb ik een pluchen paard voor hem gekocht. Zijn grote liefde, steun en toeverlaat.
Paardje is met Marnix gecremeerd. Hij kon niet zonder.
dinsdag 19 februari 2013
Vrijdag 15 februari 2013
De hele dag houden we het blog in de gaten van het meisje waar ik het gisteren over had. Er verschijnt geen nieuws.
Mijn griepje houdt hardnekkig aan. Helaas. Er is een bijholteontsteking bij gekomen. De pijnlijkste die ik tot nog toe heb gehad.
Het gaat echt wel weer over, maar voor nu is het buitengewoon vervelend. In de loop van de dag loopt de koorts op en daardoor droom ik in de nacht heel erg eng en indringend. Geen motivatie om veel tijd in bed door te brengen, maar dat is wel de beste plek waar ik nu kan zijn. Paradoxaal.
Abonneren op:
Posts (Atom)